Zorg voor het landschap

Landschapsbeheer Groningen maakt zich sterk voor behoud en ontwikkeling van het streekeigen cultuurlandschap. We zetten ons in voor haar schoonheid, de grote variëteit aan planten en dieren en de rijke cultuurhistorie.

Een boom planten doe je niet zomaar

BB Midwolda 1 Klein
Gepubliceerd op: 14-04-2022

Waar we in Groningen ook staan, bomen staan in het landschap. Om ons heen of aan de horizon. Bomen horen ook in het landschap. In het ene deel van de provincie Groningen hebben bomen een andere functie dan in een ander deel. In het Westerkwartier zijn bomen de ruggengraat van het agrarische cultuurlandschap van houtsingels, weilanden en dorpen. In het Oldambt vormen bomen langs wegen de groene linten die de ontstaansgeschiedenis laten zien, groene eilanden rondom erven en staan bakenbomen bij doorgangen (coupures) in dijken. Zo staan er vanuit alle eeuwen ook in een ‘open provincie’ als Groningen op veel plekken bomen.

Op vele manieren bezig met bomen

We zijn in ons werk in het landschap op vele manieren bezig met bomen. De Vruchtbomenwacht snoeit fruitbomen zodat ze vrucht blijven dragen, in het Gorecht beheren we het hakhout op de houtwallen zodat er een gevarieerde beplanting is die aantrekkelijk is voor allerlei vogels en in het Zuidelijk Westerkwartier werken we aan het herstellen van de houtsingels door licht toe te laten en struiken aan te planten als ondergroei.

Een boom planten doe je niet zomaar

boom planten

In veel projecten planten we bomen op allerlei locaties. Soms zijn dat plekken waar zieke bomen weggehaald zijn of bomen gevaarlijk werden, soms is het een plek waar al tientallen jaren geen bomen meer stonden en nu weer nieuwe bomen komen. Door het nieuwe bos- en bomenbeleid van de provincie komen er tot 2030 veel bomen bij een boom planten doe je echter niet zomaar. Daarom kijken we in al onze projecten heel goed waar we bomen planten, welke boom passend is en waar die vandaan komt. Ook de maat speelt een rol in de keus. Soms is er ruimte voor grotere bomen en worden er dikke exemplaren geplant: echte bomen die meteen hun plek innemen. Soms is de plantplaats geschikter voor kleine bomen en soms past alleen bosplantsoen: kleine, bijna sprietjes van nog geen meter hoog. Bijvoorbeeld omdat er ondergronds weinig ruimte is door kabels en leidingen of omdat er weinig plantruimte is: bij grote bomen moeten de wortels immers ook een plek krijgen en bij een slootkant past dat niet altijd. En soms is het gewoon beter om klein te beginnen: op plekken met veel wind, droogte, nattigheid of heel smalle plekken slaat klein plantsoen makkelijker aan en is geduld nodig.

Lezen van het landschap

Het kijken naar het landschap en de omgeving is erg belangrijk: licht, schaduw, kabels en leidingen; alles speelt
mee in de afweging of we op die plek kunnen planten en welke soort het beste past. Maar er speelt meer bij de keuze welke plekken in het landschap we beplanten en welke niet. Een kleinschalig gesloten landschap als Westerwolde, het Gorecht of het Westerkwartier wordt gekenmerkt door bomen: je ziet letterlijk door de bomen de singel of het bos niet meer. Op de klei van het Hogeland of op het veen van de Veenkoloniën staan lang niet overal bomen. Maar de bomen die er staan hebben misschien nog wel meer impact op het landschap dan elders. Dat maakt een goede afweging belangrijk: niet overal kunnen bomen een plek krijgen en niet elke soort kan overal. Ook landschappelijk gezien niet.

In al die aspecten die meespelen zitten veel zaken die te maken hebben met het verleden. Landschap zoals we dat nu zien, zoals dat nu onze leef-, woon en werkomgeving vormt, is een optelsom van alles wat onze voorouders hebben gedaan. Samen met alles wat er aan natuurlijke processen was en is, en de bodem, de ondergrond. Door goed te kijken zie je de logica van een bakenboom of de voordelen van erfbeplanting in het open gebied. Alle generaties voor ons hebben het landschap gevormd en bieden inspiratie voor de toekomst. Oude kaarten zijn hierin belangrijke bronnen. Rond 1850 is heel Nederland goed in kaart gebracht waardoor er een goed beeld is van het toenmalige landschap. Daarvoor zijn slechts delen ingetekend of moeten we het hebben van fraaie, maar niet altijd waarheidsgetrouwe schilderijen. Die geven wel een beeld, maar kunnen ook verkeerd informatie geven. De laatste jaren zijn er steeds meer bronnen bijgekomen: van topotijdreis.nl tot en met luchtfoto’s en Streetview: één druk op de knop en we zien hoe het landschap eruitziet.

Uitdagingen van nu

We kijken dus naar het verleden voor inspiratie en we kijken naar de plek zelf: de groeiplaats. Maar dan zijn we er nog niet. Want als er een boom geplant kan worden dan moeten we nog de keuze maken voor de soort en de herkomst. Om met dat laatste te beginnen: bomen groeien uit zaad of uit stek. Bekend voorbeeld zijn natuurlijk de knotwilgen waarvan je de staken in de sloot kunt leggen en uit kunt planten om nieuwe knotwilgen te planten. Veel bomen en struiken worden echter uit zaad opgekweekt. De herkomst van dat zaad is belangrijk voor het slagen van de aanplant en voor alle insecten, schimmels, vogels en andere planten die weer afhankelijk zijn van de boom.

Variatie aanbrengen

We weten nu dat sommige soorten bomen nadelen hebben en dat het aanplanten van verschillende soorten voordelen heeft. Daarom combineren we nu vaak resistente iepen met eik, esdoorn en linde en planten we in singels en houtwallen ook veel struikvormers aan die voor variatie zorgen. Variatie in soort en maat wordt steeds meer toegepast in projecten. Zo planten we voor de gemeente Groningen bomen aan in meer dan 10 verschillende maten en soorten langs verschillende wegen. Dit soort inzichten maakt dat ook wij weer een ontwikkeling toevoegen aan het landschap van Groningen.