Molens zijn onlosmakelijk verbonden met het Groningse landschap. Ze vertellen het verhaal van waterbeheer, landbouw en ambacht en vormen al eeuwenlang herkenningspunten in de regio. Maar een molen kan alleen draaien als er voldoende wind is, en juist daar wringt het steeds vaker. Door groeiende beplanting en veranderingen in het landschap komt de windvang van veel molens onder druk te staan.
Met het project Herstel Molenbiotopen werkte Landschapsbeheer Groningen samen met Erfgoed in Groningen aan het verbeteren van de omgeving rondom molens. Daarbij draaide het niet alleen om het kappen of aanplanten van groen, maar vooral om het herstellen van de juiste balans tussen cultuurhistorie, natuur en leefomgeving. In een recente samenwerking met studenten van de Rijksuniversiteit Groningen kreeg dit werk een nieuwe impuls.
De term molenbiotoop verwijst naar de directe omgeving van een molen, met name de ruimte die nodig is om voldoende wind te kunnen vangen. Bomen, struiken en bebouwing kunnen deze wind belemmeren. Wat vandaag nog geen probleem is, kan over tien of twintig jaar wel degelijk invloed hebben op het functioneren van een molen. Daarnaast spelen zichtlijnen een belangrijke rol. Molens zijn van oudsher beeldbepalende elementen in het landschap. Wanneer ze verscholen raken achter hoge beplanting, gaat een deel van hun cultuurhistorische waarde verloren. Het herstellen van een molenbiotoop betekent daarom meer dan alleen ingrijpen in het groen; het is een zoektocht naar een inrichting die recht doet aan erfgoed, natuur en de wensen van bewoners.
Binnen het project Herstel Molenbiotopen zijn op verschillende locaties in Groningen plannen ontwikkeld om de omgeving van molens te verbeteren. Dat gebeurde altijd in samenwerking met moleneigenaren, omwonenden, gemeenten en vrijwilligers. Maatregelen kunnen variëren van het verwijderen of terugzetten van beplanting tot het aanplanten van nieuwe, streekeigen soorten. Daarbij was er nadrukkelijk aandacht voor biodiversiteit, bijvoorbeeld door het toevoegen van bloeiende planten die aantrekkelijk zijn voor insecten.
Om te bepalen waar de grootste knelpunten liggen en waar met relatief kleine ingrepen de meeste verbeteringen te behalen zijn, werd de samenwerking gezocht met studenten van de Rijksuniversiteit Groningen, afdeling Spatial Sciences. Zij werkten binnen het vak Interdisciplinary Approaches to Geospatial Challenges aan het project, samen met molenexpert Johan van Dijk van Erfgoed in Groningen. Vier internationale studenten brachten in negen weken alle molenbiotopen in kaart. De studenten verzamelden en combineerden verschillende databronnen, zoals hoogtekaarten, landgebruik en informatie over bebouwing. Op basis daarvan ontwikkelden zij een model dat per molen berekent waar obstakels zoals bomen of gebouwen de windstroming verstoren.
De studenten kregen de kans te werken aan een concreet en maatschappelijk relevant vraagstuk, terwijl wij profiteerden van nieuwe inzichten en een frisse blik. “Samenwerken met studenten is leuk. Ze kijken toch anders tegen zaken aan, zeker als ze uit verschillende vakgebieden komen,” zegt Willem Vletter, adviseur cultuurhistorie bij Landschapsbeheer Groningen en contactpersoon voor de studenten. Tijdens een veldbezoek konden de studenten een molen van dichtbij bekijken. “Hier begon het echt te leven bij de studenten. Dat was een moment waarop de data ineens concreet werd,” zegt Willem.

Willem Vletter
De analyse van de studenten resulteerde in een overzicht van alle molenbiotopen in Groningen, inclusief de belangrijkste knelpunten per locatie. Daarnaast stelden zij een top tien samen van molens waar met relatief beperkte ingrepen de grootste verbetering te behalen is. Daarbij maakten zij onderscheid tussen obstakels die beïnvloedbaar zijn, zoals bomen, en obstakels die dat niet zijn, zoals gebouwen. Dit helpt om realistische keuzes te maken; als een molen vooral wordt belemmerd door bebouwing, heeft ingrijpen in beplanting minder effect. “Het viel me op dat ook de niet-aanwaaizijde van een molen een rol speelt bij effectieve windvang,” legt Willem uit. “Als er achter de molen een hoog gebouw staat, kaatst de wind terug en vermindert dat de effectiviteit.” Ook namen de studenten ecologische aspecten mee in hun analyse. De ontwikkelde methodiek is bovendien flexibel en kan aangepast worden afhankelijk van de gestelde prioriteiten.
De samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen laat zien hoe waardevol de verbinding tussen onderwijs en praktijk kan zijn. Door studenten te betrekken bij actuele vraagstukken ontstaat niet alleen nieuwe kennis, maar ook meer bewustzijn bij een nieuwe generatie professionals. Voor Landschapsbeheer Groningen biedt deze aanpak kansen voor vervolgonderzoek, verdere verfijning van de methodiek of nieuwe samenwerkingen met onderwijsinstellingen. Wat blijft, is het gezamenlijke doel de Groningse molens ook in de toekomst draaiende en zichtbaar te houden in het landschap. Met kennis, samenwerking en een frisse blik komt er weer ruimte voor de wind.
Dit project kwam tot stand dankzij financiering van provincie Groningen.
Op de foto zie je de Noordermolen in Noorddijk (Stella Dekker Fotografie)